Ontwikkelingsachterstand

Ontwikkelingsachterstand

Wat is er met mijn kind aan de hand? 

Alle ouders letten erop of hun kind zich goed ontwikkelt. Dat is logisch, de kinderen zijn hun dierbaarste en kostbaarste bezit. Hun ontwikkeling is voor de ouders een bron van verwondering en geluk. Het is leuk en belangrijk om die te volgen en met spel te stimuleren. Maar soms is die ontwikkeling een bron van moeilijkheden en verdriet. Dan maken ouders zich ernstige zorgen over hun kind. Ze worden gekweld door allerlei vragen of vermoedens dat er met hun kind iets aan de hand is. Groeit hun kind hard genoeg? Leert het wel snel genoeg lopen? Hoe komt het dat het steeds niet wil gaan zitten? Waar komen die driftbuien toch vandaan? Waarom huilt dochterlief nu alweer? Hij is zo stil, maakt zo weinig contact: hoe zit dat toch? Waarom rent hij voortdurend als een razende door het huis, is dat wel normaal? De kernvraag is steeds of het kind zich ‘normaal’ ontwikkelt. Maar normaal is een lastig begrip. Het antwoord op die vraag kan variëren per kind, per situatie en per cultuur, en hangt sterk af van de ideeën die volwassenen daarover hebben. 

Ontwikkelingsstoornis en ontwikkelingsachterstand

Een ontwikkelingsstoornis zit ‘in’ het kind zelf. Deze kan te maken hebben met een onvolledige of abnormale ontwikkeling of een (lichte) beschadiging van de hersenen of met een genetische afwijking. Van dat laatste is bijvoorbeeld sprake bij een kind met het syndroom van Down of bij een kind dat met een afwijking aan een van de zintuigen is geboren en slecht ziet of hoort. Er kunnen ook andere lichamelijke factoren een rol spelen, zoals in het geval van voedselallergie. Soms is zuurstofgebrek tijdens de geboorte de oorzaak. Maar niet altijd is die oorzaak even duidelijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor hyperactiviteit of Attention Deficit Hyper-Activity Disorder (ADHD): buitensporig druk en soms ook agressief gedrag van het kind.

Het begrip ontwikkelingsachterstand duidt eveneens problemen in de ontwikkeling aan. Maar bij het ontstaan van de achterstand spelen sociale en psychologische factoren de belangrijkste rol. Het kind lijdt bijvoorbeeld onder de relatieproblemen van de ouders, wordt thuis mishandeld, is erg introvert en kwetsbaar of wordt gepest op school.

Cijfers

Het begrip ontwikkelingsstoornis omvat veel verschillende aandoeningen. Daarom zijn er geen precieze cijfers te geven over hoeveel kinderen het betreft. Grofweg schatten deskundigen hun aantal op 5 tot 10 procent. Dat betekent dat er elk jaar in Nederland tussen de 10.000 en 20.000 kinderen met een ontwikkelingsstoornis worden geboren.

Omgaan met een kind met een ontwikkelingsstoornis

Sommige ontwikkelingsstoornissen zijn in een oogopslag te zien, andere manifesteren zich pas na maanden of jaren of als iemand lang en intensief met het kind omgaat. Dan kan het lang duren voordat de oorzaak van het probleemgedrag wordt achterhaald. Ook al omdat ouders lang niet altijd serieus worden genomen in hun gevoel dat er ‘iets’ niet klopt met hun kind. De ontdekking van de ontwikkelingsstoornis is voor ouders altijd een ingrijpende en verdrietige gebeurtenis. Toch kan dit inzicht hen ook een zekere opluchting geven. Nu hoeven ze zich niet langer vertwijfeld af te vragen of de problemen soms komen door hun benadering van hun kind. Eindelijk is het duidelijk dat er echt iets aan de hand is. Hoewel een ontwikkelingsstoornis niet wordt veroorzaakt door sociale of psychologische factoren, zijn die er wél op van invloed. Omdat het kind zich ‘anders’ ontwikkelt en daarbij vaak moeilijker is in de omgang, reageert de omgeving – ouders, broers en zusjes, crèche-medewerksters – niet altijd adequaat. Dat geldt zeker als mensen niet begrijpen wat er aan de hand is. Dan krijgt het kind vooral negatieve en weinig positieve aandacht. Zo kan het een negatief zelfbeeld ontwikkelen (‘ik ben een probleemkind’) en bouwt het weinig zelfvertrouwen op.

Hulp zoeken

Het is belangrijk een ontwikkelingsstoornis zo vroeg mogelijk te onderkennen. Want kinderen met een ontwikkelingsstoornis kunnen zich beter ontwikkelen naarmate de aanpak beter is afgestemd op hun mogelijkheden en beperkingen. Enkele manieren waarop u als ouders zelf kunt controleren of uw kind wellicht een stoornis heeft, zijn: uw kind observeren en alles opschrijven wat opvalt, en de ontwikkeling vergelijken met informatie die daarover wordt gegeven in onder meer het Groeiboekje van de consultatiebureaus. Ook kunt u bij uzelf nagaan of uw eisen en verwachtingen reëel zijn. Blijft u ongerust, bespreek uw probleem dan eens met uw huisarts.