| Circuit/afdeling | Kinderen en Jeugd |
| Inhoud | In de speltherapie wordt uitgegaan van het kind als informatie-verwerker en betekenis-verlener. In de therapie geeft het kind uiting aan negatieve beleving onder andere door middel van spel. De therapeut speelt actief mee en oefent invloed uit op de spelvorm en de spelinhoud. Daardoor kan hij de manier waarop het kind beleving vormgeeft en verwerkt, beïnvloeden. De therapie wordt altijd gecombineerd met een vorm van ouderbegeleiding. Beide vormen de twee sporen van de behandeling. |
| Klant/doelgroep | In het algemeen het jonge en minder taalvaardige kind tot ongeveer 12 jaar. |
| Indicatie | Hechtingsgerelateerde problemen; post-traumatische stress symptomatologie; ouder-kind relatieproblematiek en daarmee verbonden loyaliteit in individuatie-problematiek; geïnternaliseerde stoornissen, met name depressieve beelden en angstproblematiek; somatoforme stoornissen; aanpassingsstoornis; verwerkingsproblematiek van allerlei aard; preventieve voorbereiding op ingrijpende gebeurtenissen; een stoornis in het autistisch spectrum; behandeling bij meerdere op elkaar inwerkende stoornissen. |
| Contra-indicatie | Een thuissituatie waarin te weinig kan worden meegegaan/aangesloten met/bij het veranderende kind ondanks de ouderbegeleiding. |
| Doelstelling | De doelstellingen van de therapie worden in overleg met de ouders in een kennismakingsgesprek vastgelegd en zijn gericht op het bevorderen van ontwikkeling door het veranderen van de belevingswereld, door het bieden van nieuwe ervaringen en door het geven van inzicht en interpretaties, met name door het methodisch hanteren van de therapeutische relatie. Verder is de behandeling gericht op het stimuleren van leerproces door actieve interventies gericht op het leren van nieuwe cognities en het leren van nieuw gedrag. Ook het kind vaardiger maken in zijn sociale omgeving is een doelstelling van deze vorm van hulpverlening. |
| Beoogde effecten | Variabel. Er wordt i.o.m. ouders een behandelplan opgesteld en uitgevoerd. Dit betreft concrete gedragingen en doelen voor ouders en kind. |
| Zorgfunctie | Behandeling. |
| Vorm/werkwijze | Individueel. |
| Frequentie/duur | Doorlopend aanbod. Afhankelijk van de problematiek 10 tot 50 sessies, wekelijks of een keer per 2 weken een contact met het kind van 45 minuten. Ouderbegeleiding meestal in een frequentie van één gesprek per drie à vier contacten met het kind. |
| Evaluatiewijze | In een gesprek met de ouders. |
| Max. aantal deelnemers | Niet van toepassing. |
| Kosten | Geen. |
| Partners/ | Geen. |
| samenwerking |
printversie