Gepest worden

Gepest worden

Pesten is geen plagen  

De verkeerde bril, rood haar, een donkere huidskleur, sproeten, een vreemd accent, snel blozen, dik, slim, juist niet zo slim, onzeker of erg verlegen zijn… Dit zijn maar enkele van de vele eigenschappen waarmee kinderen gepest kunnen worden. Ze kunnen erom worden nagejouwd of belachelijk gemaakt, buitengesloten, vernederd, zelfs afgerammeld. Zulke pesterijen zijn heel wat anders dan een goedbedoelde plagerij, ook als die misschien wat pijnlijk aankomt. De pester heeft – hoe onbewust misschien ook – de intentie om zijn slachtoffer te kwetsen. Pesten gebeurt ook niet af en toe, zoals plagen, maar komt vaak, soms dagelijks, terug. Het heeft een systematisch karakter.  

Snel ingrijpen belangrijk

De gevolgen van pesten zijn heel ingrijpend en kunnen een heel leven lang duren. Daarom is het belangrijk pesten zo vroeg mogelijk te signaleren en snel in te grijpen. Zowel voor ouders, leerkrachten als leidinggevenden op de werkvloer geldt: denk niet dat het wel meevalt, maar probeer het pesten in een vroeg stadium te stoppen. Leerkrachten die advies of leermiddelen willen om het pesten in hun klas te bestrijden, kunnen begeleiding vragen bij de plaatselijke of regionale Schoolbegeleidingdienst, de afdeling GVO van de GGD, of de afdeling preventie van de RIAGG in uw omgeving.
Pesten, alleen een probleem van kinderen?
Pesten wordt vaak geassocieerd met kinderen op school. Maar ook volwassenen kunnen het slachtoffer worden. Vaak neemt dat de vorm aan van treiteren of sarren in de werksituatie, waarbij werknemers een collega het leven systematisch zuur maken. Dat kan bijvoorbeeld door iemand vaak achter de rug uit te lachen, in gesprekken buiten te sluiten, door belangrijke computerbestanden van het slachtoffer te wissen of belangrijke telefoontjes niet door te geven. Ook in burencontact is treiteren en jennen geen onbekend verschijnsel. Een bekend voorbeeld is muziek regelmatig keihard aan zetten, in de wetenschap dat de buren daar veel last van hebben. Pesten is altijd gericht tegen een duidelijk slachtoffer en keert steeds opnieuw terug.
Cijfers
Zo’n 23 procent van de leerlingen in het basisonderwijs, bijna één op de vier, wordt regelmatig gepest. In 64 procent van de gevallen vertellen ze dat niet aan hun ouders Volgens de leerlingen grijpt de leraar in 80 procent van de gevallen niet in. In het voortgezet onderwijs wordt zo’n 8 procent van de leerlingen gepest. Bijna geen enkel kind vertelt dit aan de ouders. En vrijwel geen enkele leerkracht grijpt in, volgens de leerlingen. Volgens cijfers van onderzoekers van de Rijksuniversiteit Leiden worden drie op de tien werknemers regelmatig gepest, en één op de tien zelfs in ernstige mate.

Gevolgen en signalen

Pesten kan het leven van het slachtoffer grondig vergallen. Het slachtoffer kan het gevoel hebben in een nachtmerrie te leven. Kinderen die gepest worden, schamen zich vaak om er met anderen over te praten, zelfs met hun ouders. Die moeten dan uit signalen opmaken dat er iets mis is met hun kind. Mogelijke signalen zijn: angst om naar school te gaan, last krijgen van nare dromen of concentratiestoornissen waardoor de schoolprestaties achteruit gaan. Het kind kan klagen over hoofdpijn of buikpijn, en somber of teruggetrokken worden. In het uiterste geval kan het zelfs zelfmoord overwegen, als enige uitweg uit de situatie. Ook in het latere leven kunnen jeugdervaringen met pesten hun sporen nalaten, in de vorm van (onder meer) nachtmerries, depressies, gebrek aan zelfvertrouwen en zelfhaat. Ook pesten op het werk heeft ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als het bedrijf. Slachtoffers – voortdurend in angst voor een nieuwe aanval – hebben last van stress, worden ziek, depressief of nemen ontslag. Op de arbeidsvloer ontstaat een verziekte sfeer en neemt de productiviteit af.

Pesten tegengaan

Flink zijn, je er niets van aantrekken, negeren, dat zijn adviezen die veel ouders geven als hun kind vertelt dat het gepest wordt. Het kind schiet daar zelden iets mee op. Het heeft in de eerste plaats behoefte aan ouders die zijn verhaal serieus nemen, aandacht voor hem hebben en hem steun en veiligheid bieden. Probeer samen met uw kind te bedenken hoe het pesten kan stoppen en doe nooit iets buiten het kind om. Voor het opnieuw opbouwen van vertrouwen is het heel belangrijk dat uw kind zelf kan bepalen wat er gebeurt of in ieder geval weet wat er gebeurt. Ga ook met de leerkracht praten. U kunt het kind ook helpen door zijn nare ervaringen en gevoelens te laten uiten. Als praten moeilijk is, kunt u denken aan tekenen, schrijven of – bijvoorbeeld – poppenkast spelen. Maar laat het kind het zelf bepalen.

Verder kunt u uw kind stimuleren weerbaarder te worden, bijvoorbeeld door het een cursus ‘zelfverdediging’ of ‘sociale vaardigheden’ te laten volgen. Ook leerkrachten spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van pesten; Ze kunnen uiteraard de pester tot de orde roepen. Ze kunnen ook tijdens bepaalde lessen actief aandacht aan het fenomeen pesten besteden. Hiervoor bestaan lesprogramma’s Ook bij pesten op het werk is het van belang steun binnen en buiten het bedrijf te zoeken. Zowel om er over te kunnen praten als om veranderingen te weeg te brengen. Daarvoor is het vooral van belang binnen het bedrijf iemand te zoeken die te vertrouwen is. Dat kan een leidinggevende zijn, een collega, maar ook een personeelsfunctionaris, de bedrijfsarts of een bedrijfsmaatschappelijk werker.